Pijn-neurowetenschappelijke Educatie

Pain neuroscience education

Louw et al (2020)

Chronische pijn is een groeiend probleem. Een onderdeel van de totale behandeling is voorlichting over pijn aan patiënten en zorgverleners. De International Association for the Study of Pain (IASP) heeft in 2012 richtlijnen uitgebracht over pijneducatie voor alle zorgverleners. De richtlijnen leggen de nadruk op een multidisciplinair biopsychosociaal model van pijn voor effectieve pijnbestrijding.

Wat het is

Een interventie die vaak wordt gebruikt is pijn neurowetenschappelijke educatie (PNE). Hierbij worden de complexe biologische processen aan patiënten uitgelegd in gemakkelijk te begrijpen metaforen, voorbeelden en afbeeldingen. De doelen zijn het veranderen van pijn overtuigingen, en het verminderen van bedreigingen, waardoor patiënten meer vertrouwen hebben tijdens het sporten. Dit zou op zijn beurt vermijding en pijn catastroferen verminderen, waardoor pijn en invaliditeit afnemen.

Wat het doet

Echter, PNE op zichzelf resulteert niet vaak in klinisch zinvolle resultaten voor pijn en invaliditeit. Toch worden verbeteringen in bewegingsangst en pijn catastroferen wel op zichzelf gezien. Dit wetende, moet PNE gezien worden als een aanvulling op bewegingsgerichte interventies.

Bewegingsinterventies

Het mechanistische bewijs achter beweging in het verbeteren van persisterende pijn is veelbelovend. Een paar mechanismen zijn bekend en voorgesteld. Activatie van endogene inhibitoire systemen in het centrale zenuwstelsel, vermindering van centrale exciteerbaarheid, veranderde ionkanaal expressie van nociceptoren, en vele andere zijn uitgebreid bestudeerd. Het juiste type oefening en de juiste dosering blijven moeilijk te bepalen, maar beweging is wel de sleutel.

Pas op

Verschillende passieve interventies zoals PNE, transcutane elektrische zenuwstimulatie (TENS), en manuele therapie, moeten met voorzichtigheid worden toegepast. Dit zou foutieve biomedische pijnovertuigingen bij de patiënt kunnen versterken. Wanneer deze interventies op de juiste manier worden gebruikt, kunnen ze bewegingsgerichte interventies vergemakkelijken.

Fysiotherapeuten staan in de frontlinie van de pijnbestrijding. Adequate voorlichting over pijn zou verplicht in het curriculum moeten worden opgenomen. De houding en overtuigingen van de behandelaar rond pijn kunnen de patiënt impliciet beïnvloeden.

“Het is tijd dat zorgverleners consensus bereiken om het gebruik van niet-farmacologische en op beweging gebaseerde benaderingen van pijnbeheersing te verbeteren in een multidisciplinair netwerk van zorgverleners.”

Referentie

Louw et al (2020): https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33076759/

Phy arrow right
Terug